PROLOOG
Ik lig hier alleen, dakloos, verslaafd, en bijna vergeten door de wereld.
Ik lig op mijn opblaasbare matras bij Maikel thuis, in het bergkot.
Het is er koud. De lucht is vochtig en muf. Het ruikt naar vuil, oude was en speed. Het is lawaaierig, maar tegelijk ook muisstil.
Ik lig hier tussen oude, versleten rugzakken, een hoop rommel en het opgestapelde stof van jaren. De kale lamp boven me werpt een gelige schaduw over de ruimte. Door een stuk open raam, waar een vuilzak als gordijn hangt, zie ik hoe de zon langzaam ondergaat.
Op de achtergrond hoor ik Maikel en een paar vrienden in de woonkamer spelen op de PlayStation. Ze juichen en lachen als er iemand scoort. Af en toe klinkt het scherpe gekras van bankkaarten over een spiegel, waarmee ze gedroogde speed weer tot poeder maken.
Ik sluit mijn ogen.
Ik lig hier alleen, dakloos, verslaafd, en bijna vergeten door de wereld.
En toch besef ik het op dit moment. Dit is niet het einde.
Dit is het begin.
Dit is waar mijn verhaal begint. Dakloos, verslaafd en bijna vergeten door de wereld. Liggend op een opblaasmatras in een bergkot, omringd door het stof van andermans leven.
Wat volgt is 72 hoofdstukken over vallen en opstaan. Over drugs, criminaliteit, dakloosheid en meer… Maar ook over een vader die van zijn dochter houdt, een ondernemer die weigert op te geven en een mens die zichzelf moest verliezen om zichzelf te vinden.
De wind zal me dragen is mijn eerste boek. Eerlijk, direct en zonder filter. Het was al twintig jaar onderweg.
Maar nu is het hier.